Rogers Online Zoo

Wallabie

Nederlandse naam: Bennett- of roodnekwallabie
Deutsche name: Rotnackenwallaby
English name:  Red-necked Wallaby
Latijnse naam:  Macropus rufogriseus

Biotoop: open bossen, grasland

Land van herkomst: zuidkust van Australië en Tasmanië

Wallabie

Wallabie


Wallabies hebben zeer gespierde achterpoten en een gespierde staart. Ze kunnen wel sprongen van negen meter maken. De staart gebruiken ze om hun evenwicht te bewaren tijdens het springen, maar ook als derde been. Op de plek waar de vrouwen een buidel hebben heeft de man een buikschild. Tijdens gevechten leunt de man op zijn staart waarna hij met zijn achterpoten de andere man rake klappen kan geven. Deze worden dan opgevangen door het buikschild. Over het algemeen is de wallabie een solitair levende kangoeroe. Maar als ze soortgenoten tegen komen willen ze wel eens een paar uur met elkaar optrekken waarna hun wegen weer scheiden. Als er gevaar dreigt stampen de dieren met hun voeten. Hiermee geven ze aan soortgenoten aan dat er gevaar is en proberen ze het gevaar te imponeren. Dertig dagen na de paring wordt een jonge wallabie geboren. Hij is dan helemaal naakt, heeft geen oren en ogen en ook nog niet de kenmerkende achterpoten en staart. Het enige wat goed ontwikkeld is zijn zijn voorpoten waarmee hij naar de buidel kruipt. Hij zuigt zich dan vast aan één van de vier tepels van zijn moeder. Een wallabie vrouw kan twee verschillende soorten melk tegelijk geven. Hierdoor is ze in staat hele jonge wallabies te voeden evenals wat oudere jongen. Het jong blijft ongeveer zeven maanden in de buidel waarna hij langzaam de buitenwereld gaat verkennen. Tot het jong ongeveer tien maanden oud is kruipt hij nog geregeld terug in de buidel. Hierna zal het jong het zonder de veiligheid van de buidel moeten doen, simpelweg omdat hij er niet meer in past. Een jong wordt ook wel “joey” genoemd. Een man heet “Boomer”en een vrouw “Flyer”. Tijdens het eten van grassen en kruiden bewegen zij zich heel langzaam voort. Eerst steunen ze op hun staart en korte voorpoten, waarna ze hun achterpoten naar voren brengen. Op deze manier nemen ze kleine stapjes. Als een wallabie het warm heeft en wilt afkoelen dan likt hij de polsen van zijn voorpoten. Wanneer de wind dan langs zijn polsen waait, koelt hij af.

Wallabies leven in gebieden met veel begroeiing. Ze kunnen ook enkele weken zonder water. Om aan voldoende vocht te komen eten ze wortels van bomen of graven een gat op zoek naar grondwater.