Rogers Online Zoo

Europese Ooievaar

Europese ooievaar

Europese ooievaar

Nederlandse naam: Ooievaar
Deutsche name: Weißstorch
English name: White Stork
Latijnse naam: Ciconia ciconia

Biotoop: open vlakten, graslanden, akkerlanden en moerassen met weinig bomen.

Land van herkomst: Europa, Noordoost Afrika, Azië

Omschrijving:
Na een dieptepunt in aantal rond 1980 is de ooievaar weer een veel geziene vogel in Nederland. Door bejaging op trekroutes en door landbouw is het zeer lang heel slecht gegaan met de ooievaar. Zelfs zo slecht dat hij bijna met uitsterven bedreigd werd. Maar met hulp van de mens die broedstations opzette is het aantal ooievaars weer als vanouds. Ook hun ideale leefgebied is in hoeveelheid toegenomen waardoor deze dieren zich steeds beter weten te handhaven. Van oorsprong broeden deze dieren hoog in een boom die uitkijkt op het landschap. In grasland en akkerland met weinig bomen vinden ze hun voedsel als kikkers, knaagdieren, jonge vogels, reptielen en insecten. De ooievaar staat symbool voor vruchtbaarheid en geluk. Vandaar dat mensen vroeger op hun huizen en kerken een nest bouwde in de hoop dat daar een ooievaar zou gaan broeden. Men dacht dat dit voorspoed en geluk gaf voor het hele dorp. Met hun terugkeer luidde de ooievaar de lente in. Ooievaars zijn niet trouw aan hun partner, maar wel aan hun nest. Als ze eenmaal een nest gevonden hebben trekken ze daar elk jaar naar terug. Hun partner trekt evengoed terug naar dit nest dus is er al snel sprake van “trouw aan elkaar”. Maar mocht één van beide partners komen te overlijden dan is het voor de ooievaar die achterblijft geen enkel probleem om een nieuwe partner te zoeken. Uiteindelijk zal deze nieuwe partner ook trouw zijn aan het nest. Om hun band te verstevigen klepperen de ooievaars spectaculair met hun snavels. Dit houdt ook indringers weg en zelfs de jongen klepperen mee met hun ouders als ze nog in het nest liggen. Ooievaars overwinteren in Afrika simpelweg omdat het voedsel in Europa niet meer te vinden is. Met het intreden van de winter gaat ook hun voedsel in winterslaap. De lange reis naar het zuiden is ook een zware reis waarbij veel dieren omkomen. Deze komen te overlijden door uitputting of elektriciteitsmasten. Maar met behulp van “thermiek” (warme luchtstroom die opwaartse lift geeft) kunnen ooievaart al zwevend zonder vleugelslagen hele afstanden afleggen. Dit bespaart veel energie voor het dier. Alleen de oversteek over de Middellandse zee is heel zwaar omdat er boven zee geen thermiek is. Het gebeurt dan ook geregeld dat zwakke dieren uitgeput in zee storten. Maar eenmaal aangekomen in Afrika is er volop voedsel. In onze winter is het daar zomer en beginnen de sprinkhanenplagen. De ooievaar eet zijn buik vol met sprinkhanen en heeft na deze periode weer voldoende energie om de reis terug naar Europa te maken.